De belangrijkste adviezen in het rapport over de Oostvaardersplassen

Lok vlinders en bijen naar uw tuin: bestel Vivara insectenhuisjes!

De commissie-Van Geel heeft eindelijk haar rapport uitgebracht waarin ze advies uitbrengt over de toekomst van de Oostvaardersplassen. Ik vind het een heel evenwichtig rapport waarbij ik de uitkomst volledig onderschrijf: zo snel mogelijk veel dieren weg uit de Oostvaardersplassen. Niet iedereen is het hier echter mee eens. Maar eerst de belangrijkste adviezen uit het rapport van de commissie-Van Geel op een rijtje.

Eerst de belangrijkste adviezen uit het rapport van de commissie-Van Geel:
  1. Ruim 1150 herten en paarden moeten op de kortst mogelijke termijn weg uit de Oostvaardersplassen. Door afschot of overbrenging naar natuurgebieden elders in Europa.
  2. Naast Staatsbosbeheer moeten ook de provincie Flevoland, het Rijk en gemeenten gaan bijdragen aan de Oostvaardersplassen. Er is een extra investering van vijftien miljoen euro nodig om de kwaliteit van de natuur in het gebied weer op niveau te brengen. Daarnaast vergt het onderhoud jaarlijks ongeveer 9 ton euro.
  3. Herstel van leefgebied voor vogels en kleine zoogdieren heeft topprioriteit.
  4. Creëer meer natte delen en beperk het leefgebied van de grote grazers.
  5. Staatsbosbeheer moet het aantal grote grazers actief gaan beheren om toestanden als die tijdens deze winter te voorkomen.
  6. Staatsbosbeheer moet kijken naar de wijze waarop met kadavers wordt omgegaan. Het vlees van afgeschoten dieren verwerken om te voorkomen dat er kadavers in de Oostvaardersplassen blijven liggen is ook een optie.




Blij met het advies van de commissie-Van Geel

Ik ben eerlijk gezegd blij met dit advies. Het huidige beleid voortzetten is in mijn ogen onhoudbaar. Niet omdat ik niet tegen stervende dieren kan, maar omdat de natuurwaarden in dit deel van de Oostvaardersplassen ondermaats zijn geworden. Een leefgebied dat zo veel potentie heeft, moet je ook helemaal tot ontwikkeling laten komen. Dat de Oostvaardersplassen samen met het Markermeer en de Marker Wadden mogelijk een nieuw nationaal park gaan vormen, is ook goed nieuws voor de natuur.

Niet iedereen is het ermee eens

Niet iedereen is het met de commissie-Van Geel eens. De Dierenbescherming en de Partij voor de Dieren vinden het een dieronvriendelijk advies, het zou zelfs ‘wreed’ zijn. Tweede Kamerlid Femke Merel Arissen namens de Partij van de Dieren reageert erg fel. Volgens haar is „dit is het ergste scenario” waar de commissie mee had kunnen komen. „Er wordt van dit waardevolle natuurgebied een ordinaire schiettent gemaakt, een dierentuin en een pretpark. Dit heeft helemaal niets met dierenwelzijn te maken, maar dient enkel het plezier van de jagers en de toeristen.”

Nu moet je weten dat ik tijdens de vorige verkiezingen voor de Tweede Kamer bijna op het punt stond om op de Partij voor de Dieren te stemmen. Ik vind namelijk dat de andere partijen enorme steken laten liggen in de transitie naar een duurzame samenleving. Maar nu ben ik het met deze partij faliekant oneens. Natuurlijk is afschieten en het weghalen van gezonde dieren uit omvangrijke kudden niet diervriendelijk te noemen voor de dieren in kwestie. Op lange termijn is dit echter de meest diervriendelijke manier om de populatie grote grazers in de Oostvaardersplassen te beheren. Althans, in mijn ogen. Het gebeurt al op grote schaal in andere natuurgebieden.

De jagers als grote vijand

En dat hiermee vooral de belangen van jagers worden gediend, tja. Hier wordt de jager als de grote vijand opgevoerd. Toen ik nog als ventje actief was voor de Natuurvereniging Tholen werd in de Scherpenissepolder een prachtig nieuw natuurgebied aangelegd. In samenwerking met de jagers. Een van onze leden ageerde daar fel tegen. Met jagers kun je toch niet samenwerken als natuurvereniging? Waarop een van de andere leden, een bioloog, reageerde: ‘Laat de jagers hun fazanten maar schieten, ondertussen creëren we een fraai natuurgebied met een hoge biodiversiteit. En denk dan ook eens aan de planten, andere soorten vogels en insecten.’

Taxatie van dierenleed

Voor mij gaat het in het standpunt van Dierenbescherming en Partij voor de Dieren fout bij de taxatie van dierenleed. Een edelhert dat wordt geschoten, dat is een zielig gezicht. De roerdomp die in arremoede het gebied ontvlucht, dat is ook een zielig gezicht. Alleen: dat ziet niemand! En trouwens, zou het grote publiek wel eens van een roerdomp hebben gehoord?

Het is voor het hert niet fijn om te verhongeren. En degene die het ziet lijdt mee. Maar hetzelfde hert laten leven (of beter: het te grote aantal edelherten in de Oostvaardersplassen laten leven), betekent niet alleen dat die herten een miserabel bestaan leiden in de winter, maar ook dat andere soorten, veel minder zichtbaar, verhongeren en wegkwijnen. Dat kaalgevreten landschap herbergt een heel lage biodiversiteit. Voor mij geldt dat een edelhert in principe niet meer of minder is dan een dagvlinder, vogel of andere diersoort.

Hoe weegt de Partij voor de Dieren de intrinsieke waarde van soorten af?

Mijn vraag aan Dierenbescherming en Partij voor de Dieren is dan ook: hoe wegen zij de intrinsieke waarde van wilde dieren tegen elkaar af? Is een edelhert, een heckrund of konikspaard in hun ogen echt meer waard dan een baardmannetje, roerdomp, ringslang of parelmoervlinder? En zo ja, waarom dan? En waarom komt de Partij voor de Dieren dan niet op voor de roerdompen die in dit deel van de Oostvaardersplassen allang zijn weggekwijnd? Leg dat eens uit zonder te vervallen in populistische beeldvorming.

Herintroductie van diersoorten

Van mij mag Staatsbosbeheer gaan werken aan de herintroductie van een paar uitgestorven of kwetsbare diersoorten in Nederland. Wat te denken van de moerasparelmoervlinder? Of de grote vuurvlinder? Oké, de woudaap dan. Of de kwak, de grote karekiet, de pijlstaart, koekoek, roerdomp, snor, nachtegaal, kleinst waterhoen, porseleinhoen, steltkluut, buidelmees, graszanger en roodmus. Allemaal soorten die op de Rode Lijst staan, sommige uitgestorven, andere kwetsbaar of (ernstig) bedreigd. Allemaal soorten die in potentie in dit deel van de Oostvaardersplassen moeten kunnen voorkomen. En er zijn vast nog meer diersoorten te noemen, want ik besef best dat ik veel te veel vogelsoorten opnoem. Ook de flora zou meegenomen moeten worden. Ik verwacht dat biologen dat veel beter weten dan ik.

Kijk, als dat eens zou lukken! Dan heeft de commissie-Van Geel een mirakels rapport gepresenteerd.

De mooiste boeken over intelligentie bij dieren: