Acht dingen die je moet weten over de ooievaar

De ooievaar is weer helemaal terug van weggeweest. In de jaren zeventig ging het dramatisch met deze markante vogel. Gelukkig hebben beschermingsprogramma’s ervoor gezorgd dat deze waadvogel haast overal in het land weer gezien kan worden. In dit artikel ontdek je acht dingen die je moet weten over de ooievaar.

Acht dingen die je moet weten over de ooievaar

De ooievaar is een vogel die al vanaf het begin der tijden in Nederland voorkomt. En vaak in de nabijheid van mensen. Geen wonder dat we veel afweten over het gedrag van de ooievaar.

1. De ontdekking van de vogeltrek

Heel vroeger dacht men dat vogels in de winter in de modder overwinterden of dat ze in het najaar veranderden in een andere vogel. Zwaluwen doken de sloot in om op de bodem in de modder te winter af te wachten. En de koekoek veranderde in een sperwer. Allemaal lariekoek natuurlijk, maar hoe moesten onze voorvaderen nu te weten komen dat grasmus, tapuit, koekoek en ooievaar helemaal naar Afrika vlogen? Het was pas op 21 mei 1822 dat de Duitse rijksgraaf Christian Ludwig von Bothmer een ooievaar dood schoot. De ooievaar had een pijl van tachtig centimeter met een ijzeren punt in zijn nek. Een deskundige kon vertellen dat de pijl afkomstig was uit Centraal-Afrika, en toen was plots het raadsel opgelost. Ooievaars trokken in de herfst naar het zuiden, helemaal naar Afrika om in het voorjaar weer terug te keren.

2. Onze ooievaar heeft een zwarte neef

Onze witte ooievaar heeft een neef, en die neef is zwart. Het is de zwarte ooievaar. Anders dan de ‘gewone’ ooievaar leeft de zwarte ooievaar het liefst in dichte, afgelegen, moerasbossen. Vooral in Oost-Duitsland tot ver in Polen, maar ook in Vlaanderen schijnt de zwarte ooievaar te broeden. Anders dan de ‘gewone’ ooievaar is de zwarte ooievaar een heel schuwe vogel. Ziet hij een mens, dan vliegt hij op. Tijdens de najaarstrek kun je soms een groep zwarte ooievaars in een ven midden in een bos zien foerageren. Zoals op Landgoed De Utrecht in Noord-Brabant zoals je in dit filmpje kunt zien:

3. De betekenis van de naam ‘ooievaar’

De Latijnse of wetenschappelijke naam van de ooievaar is Ciconia ciconia. Er wordt gedacht dat deze naam verwijst naar de cicade, een insect dat een ratelend geluid voortbrengt, het geluid van een krekel. Ooievaars klepperen met hun snavel. Zowel mannetjes als vrouwtjes doen dat. De wetenschappelijke naam zou ‘klepperaar’ betekenen. Het is een vermoeden. Helemaal zeker weten of dit de werkelijke betekenis is van de wetenschappelijke naam, doen we niet. Ik lees ergens anders dat de naam Ciconia zou verwijzen naar de Ciconiërs, een Thracisch volk uit de oudheid.

4. Het voedsel van de ooievaar

Je zou kunnen zeggen dat ooievaars alleseters zijn, zolang het maar een dier is. Muizen, libellen, amfibieën, hagedissen, jonge hazen, regenwormen, een wezel, eieren, kuikens van weidevogels, slakken en vissen… alles verdwijnt in zijn keelgat. Heb je wel eens een ooievaar naar voedsel zien zoeken op een weiland? Bekijk dit filmpje eens:

5. Ooievaarsnesten zijn beschermd

Heeft een paartje ooievaars op een nest gebroed, dan is dat nest het hele jaar door beschermd. Je mag het dus niet zonder ontheffing verwijderen, ook al staat het na de broedperiode maandenlang leeg. Zonder ontheffing een nest verwijderen mag alleen wanneer het nest door mensen is gemaakt en wanneer er nooit een ooievaarspaartje op heeft gebroed.

6. Ooievaar eten ook elastieken

Zie je ooievaars met de koppen laag over een weiland lopen, dan weet je dus dat ze aan foerageren zijn. Af en toe pikken ze een regenworm of een andere prooi op en vangen ze die behendig op in hun snavel. Hap, slik, weg. Ik lees in het boek De ooievaar van Kester Freriks dat ooievaars vaak elastieken aanzien voor wormen. En hetzelfde geldt voor rubberen tentringen, fopspenen en ander vergelijkbaar afval. Probleem is dat ooievaars dit rubber voeren aan hun kuikens die plots geen honger meer krijgen, want hun buiken zitten immers vol met onverteerbare elastieken! De ouders vinden dat gedrag maar vreemd en kieperen de jongen vervolgens zonder pardon uit het nest. Een onderzoek naar tientallen dode ooievaars liet zien dat zeven van hen waren gestorven door een verstopt maag-darmkanaal. Geen elastieken en ander rubber weggooien in de natuur dus! Alles in de vuilnisbak!

7. Mannetje en vrouwtje broeden allebei

In april broeden ooievaarspaartjes meestal vier eieren uit. Zowel het mannetje als het vrouwtje zitten op de eieren. Ze broeden om beurten. De mannetjes vooral overdag en later in de middag. Het vrouwtje gaat meestal in de nacht op de eieren zitten, terwijl het mannetje naast haar staat. Zou het nest al snel na het leggen van de eieren verloren gaan door slecht weer, dan legt het vrouwtje een tweede legsel. Het broeden duurt ongeveer een maand.

recensie de ooievaar kester freriks

8. Meer lezen over de ooievaar?

Wil je meer lezen over de ooievaar? Over hoe we in het verleden met hem om zijn gegaan en hoe de populatie na het dieptepunt in de jaren tachtig weer herstelde? De bekende schrijver Kester Freriks schreef het boek De ooievaar waarin je alles te weten komt over deze oerhollandse vogel. Freriks bestudeerde ook historische bronnen en dat vind ik altijd heel leuk. Het is niet alleen interessant om te ontdekken hoe men in het verleden over vogels dacht, het is soms ook hilarisch.

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!