Acht dingen die je moet weten over de barmsijs

Het ene jaar zijn ze met vele, het andere jaar met weinige: barmsijzen. Deze vinkachtigen broeden in het hoge noorden, en worden in najaar en winter soms massaal naar het zuiden gedreven door voedseltekorten of door de bittere kou. Dan duiken ze overal in ons land op, vooral op plaatsen waar veel elzen groeien. Barmsijzen voeden zich namelijk met de piepkleine zaadjes in de elzenproppen. Dan heb je meteen het eerste weetje te pakken van de acht dingen die je moet weten over de barmsijs.

Verrekijkers voor elke natuurliefhebber

Op CameraNu.nl vind je een groot assortiment verrekijkers. Voor de beginnende en de gevorderde vogelaar, voor kinderen, wandelaars, fietsers, vakantiegangers, etc.

Acht dingen die je moet weten over de barmsijs

Grote barmsijs, kleine barmsijs en een héél enkele keer een witstuitbarmsijs. In najaar en winter kun je ze in ons land zien. In september en oktober zijn ze op doortrek naar het zuiden. In de wintermaanden verblijven ze in ons land. Je kunt ze dan in parken en bossen zien rond zwerven, meestal van elzenboom naar elzenboom. Dit zijn de acht dingen die je over de barmsijs weten moet:

1. Behoren tot de familie van de vinken

Alle sijzen horen tot de familie van de vinken waartoe dus ook soorten als goudvink, kneu, groenling en putter behoren. En de sijzen en dus de barmsijzen ook. Dat kun je wel zien aan het silhout: kleine zangvogels met een stompe snavel waarmee ze behendig de kleinste zaden weten te verorberen. Zou je mij vragen welke sijzen er zijn, dan noem ik de ‘gewone’ sijs, de kleine barmsijs, grote barmsijs, witstuitbarmsijs, Europese kanarie en frater. Bekijk het uiterlijk van deze sijzen maar eens. Ze lijken spreken op elkaar met hun gestreepte verenkleed. Ik spreek in dit artikel over ‘de barmsijs’. Dat slaat het allermeest op de grote barmsijs die van alle barmsijzen het meest algemeen is. De witstuitbarmsijs is heel zeldzaam en de kleine barmsijs zit er qua aantal een beetje tussenin.

2. Barmsijzen eten kleine zaden

Je ziet barmsijzen in ons land het meest in elzen hangen. Met hun snavel pikken ze de kleine zaadjes uit de elzenproppen. In het hoge noorden eten ze juist vooral de kleine zaden van de berk.

3. Barmsijzen zijn invasievogels

In sommige winters is er sprake van een sijzeninvasie. Dan is er in het hoge noorden te weinig voedsel, of het is er te koud, en dan nemen ze massaal de wijk naar het zuiden. Vanuit Scandinavië en Rusland kunnen dan duizenden barmsijzen naar ons land komen. Ze vormen hier zwermpjes die in bos, park of op het platteland opduiken, overal waar bomen groeien die voldoende zaden hebben ontwikkeld.

4. Rusteloze zangvogels

Als je een zwermpje barmsijzen bezig ziet, dan zal je opvallen dat ze ontzettend rusteloos zijn. Hangen ze een paar minuten onderste boven in de top van een elzenboom, daar kunnen ze in een mum van tijd het luchtruim kiezen, waar ze wat rond vliegen om uiteindelijk weer neer te strijken in een boomtop. Vaak is dat niet eens een reactie op een roofvogel of ander roofdier, valt me op. Kennelijk hebben barmsijzen het af en toe nodig om even een rondje te vliegen.

5. Verschil tussen grote barmsijs en kleine barmsijs

Het verschil tussen de grote barmsijs en de kleine barmsijs is minimaal. Je moet héél goed kijken wil je het verschil zien. Maar toch. Het zijn twee soorten, dus er is verschil! Zo is de vleugelstreep van de kleine barmsijs bruingeel van kleur en de vleugelstreep van de grote barmsijs wit. De kleine barmsijs is bovendien iets donkerder op zijn bovenlijf, dan de grote barmsijs. Ander dan de namen doen vermoeden zij beide soorten haast even groot. De kleine barmsijzen lijkt weliswaar iets compacter te zijn, maar het werkelijke verschil in grootte is te verwaarlozen. Je moet dus heel goed kijken wil je het verschil zien tussen beide soorten.

6. De beste maand om de barmsijs te zien is oktober

Wil je barmsijzen zien, dan is oktober de beste maand om erop uit te trekken. De vogeltrek naar het zuiden is dan op zijn hoogtepunt, en dat betekent dat er ook veel barmsijzen doortrekken. De barmsijzen vliegen in die maand vaak hoog over. In de wintermaanden kun je de barmsijzen iets beter bekijken. Ze zoeken namelijk in de hele boom naar zaadjes. en dus ook onderin de boom. Ze laten zich dan heel goed bekijken.

7. Barmsijzen zijn niet schuw

Hoewel barmsijzen rusteloze zangvogels zijn, zijn ze bepaald niet schuw. Het lijkt erop dat ze evenals heel veel andere vogels uit het hoge noorden, niet weten wat ze met mensen aan moeten. Ze beschouwen mensen in elk geval niet als gevaar. Meestal kun je de barmsijzen dicht genoeg benaderen om ze te fotograferen. Je ziet dat ze wel schichtig reageren op zwarte kraaien, eksters en roofvogels. Dan kiezen ze massaal het luchtruim om aan de dreiging te ontkomen.

8. Hoe krijg je barmsijzen in je tuin?

Barmsijzen leven dus ook in de omgeving van mensen. In park en bos, maar wat het meest opvalt is dat ze in ons land in elzen naar voedsel zoeken. Ze hangen aan elzenproppen en peuteren daar de zaadjes uit. Dus, ga je toch bomen aanplanten in je tuin en wil je barmsijzen naar je tuin lokken, dan kun je het beste kiezen voor elzen. Het leuke dat elzen ook andere vogels aantrekt, waaronder sijs, putter, vink, koolmees, pimpelmees en staartmees. Je kunt ook proberen om ze bij te voeren met allerlei vogelzaad, de zadenmixen van Vivara bijvoorbeeld, maar hou er rekening mee dat je dan meestal andere zangvogels aantrekt dan de barmsijs. Wat niet minder gezellig is trouwens. Je leest er meer over in mijn artikel Hoe lok ik barmsijzen naar mijn tuin?