Aalscholvers in Zeeland

De aalscholver is niet bijzonder geliefd in ons visrijke land. Een aalscholver eet vis en vis, daarvan vinden we dat die voor de mens is. Of voor de kat. Zolang de vis maar niet verdwijnt in het donkere en diepe gat pal achter de haaksnavel van een aalscholver. Nu ging ik niet zo heel lang geleden ook vrij frequent uit vissen en ik kan me er nog wel iets bij voorstellen ook. Zit je prinsheerlijk aan de waterkant met je hengel en vang je niets. Maar zie je ondertussen wel hoe een stel aalscholvers het water voor je in een mum van tijd leeg vist.

De aalscholver eet ook grote vis

Denk niet dat aalscholvers zich beperken tot de kleine visjes. De muil van een aalscholver gaat wagenwijd open en de zuren in de maag helpen zelfs een grote paling al snel aan zijn eind. De opname hieronder maakte ik afgelopen zaterdag op de Grevelingendam. Daar is dit jaar een inlaag aangelegd om het Grevelingenmeer te voorzien van zuurstofrijk water uit de Oosterschelde. Hoewel ik een leek ben, meen ik te kunnen vaststellen dat het een succes is. Bij hoog water stroomt het water met een enorme vaart het Grevelingenmeer in. En bij laag water gaat het precies de andere kant uit. En bij laag water stond ik een die andere kant.




Kolkend water

Ik wist niet wat ik zag. Tot vorig jaar stonden er altijd grote groepen mensen te vissen. Vaak Chinezen die met de hele familie genoten van het voedsel dat de zee ons levert. Oesters bijvoorbeeld. En met de hengel waren makreel en geep het doelwit. Ik heb er zelf ook nog wel eens staan hengelen met goede vriend Sjaak. Meer dan een paar makrelen hebben we er nooit gevangen, maar als je de kunst van het makrelenvissen verstaat, dan kun je er een mooi maaltje vangen. Maar dat is verleden tijd. Omdat het water met een rotgang stroomt, is het daar levensgevaarlijk geworden. Stel, je gaat te water, dan is het geen vraag of je er nog levend uitkomt. Dat gaat niet gebeuren. Het kolkende water sleurt je ongetwijfeld naar beneden en beneden, daar verdrinkt de mens. En daarom is de inlaag hermetisch afgesloten door een stevig hekwerk.

Zo niet de aalscholver. Die voelt zich opperbest thuis in dat snelstromende water. En helemaal nu er geen mensen meer bij de waterkant kunnen komen. Ik stond versteld over het enorme aantal aalscholvers dat op het water bezig was. En zich op de kant stond droog te wapperen. In zulk snel stromend water voelt ook vis zich opperbest thuis. Geen wonder dat er zo’n massa aalscholvers op af kwam. Een aalscholver ving een enorme paling en een menigte aalscholvers stortte zich op hem. Want zo zijn aalscholvers ook. Ze vreten elke vis, ook al spartelt die nog in de muil van een soortgenoot. Het hek belette mij het tafereel te filmen. Of eigenlijk: ik ben niet handig genoeg om dwars door het hekwerk scherp te stellen.

De aalscholver een plaag?

Tja, is de aalscholver een plaag? Er broeden zo’n 22.000 paren in Nederland, zo lees in het Handboek Vogels in Nederland en België. Dat was in een nabij verleden een stuk minder. Bijna was de aalscholver uitgestorven in ons land. Vervuiling en vervolging eisten hun tol. Nu is de aalscholver een beschermde soort en is de populatie stabiel. Die 44.000 aalscholvers vreten per dag een paar kilo vis. En in het broedseizoen jengelen de kuikens dat het een lieve lust is. Ik kan me voorstellen dat vissers dat maar een beetje zozo vinden. Maar ja, van wie is de vis in zee of meer? Ik zou zeggen: van niemand. Of beter nog: van de natuur. En dus kan de aalscholver geen plaag zijn. Die doet wat hij moet doen, namelijk vreten. Geld op een bankrekening doet hem niets, en dat moeten we maar zo laten.

Lekker genieten dus van scholen vissende aalscholvers. Zie je ze bezig, wacht dan tot er één een grote vis vangt. En geniet van het oproer dat dan ontstaat. Met een zwerm kokmeeuwen erboven, want die willen ook een visje meepikken. Hotspots: de inlagen op de Grevelingendam en Brouwersdam.

Beste vogelgidsen van dit moment:
Reageer op mijn artikel over ‘Aalscholvers in Zeeland’: