Ruiters in Nederland




Nee, in dit artikel gaat het niet over mensen te paard. Het gaat over vogels. En wel een hele familie van steltlopers, namelijk die van de ruiters. Elke vogelaar kent er wel een paar. De zwarte ruiter, te herkennen aan zijn typerende geluid: tu-wiet. En de groenpootruiter. Iets groter dan de zwarte ruiter, een stuk lichter en een groen-grijze snavel die iets opgewipt is. En dan de bosruiter. Die zag ik dit jaar pas voor het eerst van mijn leven, in een piepklein moeras bij de Donkse Laagten. Een stuk kleiner dan de rest. En dan de zeldzaamheden. De blonde ruiter bijvoorbeeld, en de poelruiter. De laatste heeft een snavel zo dun als een naald. Een uiterst gracieuze steltloper die Nederland af en toe aandoet. Deze ruiters zie ik maar wat graag.

Het meeste bekende lid uit de familie der ruiters is evenwel de tureluur. Ongeveer zo groot als de eerder genoemde zwarte ruiter. Alleen de zwarte ruiter is in de zomer zwart en de tureluur is dan bruin met prachtige witte pareltjes. De snavel van de tureluur is wat korter en iets dikker dan die van de zwarte ruiter. Zwarte ruiter en tureluur in winterkleed verwar je misschien snel. Let dus op de snavellengte, het verschil in geluid (tu-wiet versus tu-re-lu-uu-uur) en de kleur poten en snavel (zwarte ruiter roodachtig, tureluur oranje). Lees verder

Recensie: De microben in ons, Ed Yong

Inzoomen op de kleinste wezens op aarde dit keer met het fascinerende boek De microben in ons van Ed Yong. Veel mensen weten wel dat bacteriën en andere eencellige wezens belangrijk zijn voor ons, maar dat ze zó belangrijk zijn, dat is voor de meeste mensen nieuw. Ed Yong laat je in zijn boek op enthousiaste wijze kennis maken met bacteriën, archaea en pathogenen. Voor artsen, voedingswetenschappers en iedereen die iets in ‘de zorg’ doet, eigenlijk verplichte kost. En hetzelfde geldt voor iedereen die meer te weten wil komen over zichzelf en over de wereld.

 

 

 

Lees verder

De middelste zaagbek in Zeeland

Gisteren zag ik ze voor het eerst dit najaar: middelste zaagbekken. In het ebbende water op de Grevelingendam. Het waren opvallend genoeg allemaal vrouwtjes. Niet één mannetje. Dat geeft niet, de mannetjes volgen ongetwijfeld nog en dan kun je niet alleen genieten van die prachtige groen bekuifde koppen, maar ook van het baltsgedrag.

Nadat ik mijn auto had geparkeerd en voorzichtig het spekgladde talud van de Grevelingendam was afgedaald (aan de kant van Bruinisse, ter hoogte van het spitvak), zag ik ze meteen. De middelste zaagbekken zwommen tussen de rotganzen die ook het foerageren waren, maar dan op zeesla. Middelste zaagbekken doen het daarvoor niet. Dat zijn pure carnivoren en dus waren ze op jacht. Ebbend water stroomt. En in stromend water voelen vissen zich thuis.  Lees verder

Ontdek de verschillen tussen een adulte en juveniele bontbekplevier

Het aantal broedparen in ons land (en in België) van de bontbekplevier verraste mij onaangenaam toen ik het Handboek Vogels van Nederland en België en de website van Sovon raadpleegde. In Nederland komen jaarlijks tussen de 300 en 360 paartjes tot broeden. In België slechts een schamele 5 tot 11 paar. De oorzaak? Je raadt het al: de mens met zijn alomtegenwoordige aanwezigheid. Onze stranden zijn vrijwel langs de hele kust bestemd voor recreatie. Zijn het geen vissers dan wel wandelaars met hun viervoeters. Funest voor kwetsbare grondbroeders als dwergstern, bontbekplevier en strandplevier. Want die broedden vanouds op de verlaten stranden aan onze kust.

De bontbekplevier laat zich langs de kust het best bekeken worden in de perioden maart tot en met mei voor de voorjaarstrek en in augustus en september. In Zeeland zie ik de bontbekplevier heel regelmatig. In gebieden als de Karrenvelden bij de Oesterdam, de Prunje, de Brouwersdam en op schelpenstrandjes langs de Oosterschelde. Nieuwe natuur blieft de bontbekplevier ook. Het tragische is dat nieuwe natuur na verloop van tijd zo nieuw niet meer is. En oude natuur groeit meestal dicht. En als de bontbekplevier aan iets een hekel heeft, dan is het wel aan hogere begroeiing. Kaal terrein, een beetje schelpachtig en ach, hier en daar een pluk zeekraal, dat is optimaal. In het binnenland mag je de zeekraal vervangen door andere kruiden. Lees verder

Over een heggenmus

De heggenmus is zo gewoon, dat hij je haast niet opvalt. Deze algemene broedvogel kom je in het hele land tegen, behalve dan in het noordoosten. Het Groninger land is kennelijk niet heel geschikt voor deze onopvallende zangvogel. En dat klopt, want ik lees in het Handboek Vogels van Nederland en België dat de heggenmus het niet zo heeft op agrarisch gebieden. Te weinig begroeiing waarschijnlijk. Maar ondanks dat is de heggenmus een van de meest algemene vogels van Nederland met 200.000 tot 250.000 broedpaartjes. En in Vlaanderen zo mogelijk nog meer: tot wel 500.000 broedpaartjes.

De heggenmus is in ons land een standvogel. Je kunt hem dus het hele jaar door zien. In het najaar passeren talloze heggenmussen ons land, op weg naar zuidelijker gebieden. In de tweede helft van september en eerste helft van oktober is de piek van de najaarstrek. Dan kun je ze langs de kust overal tegenkomen. En daar filmde ik deze heggenmus dan ook. In de Westplaat, onder de rook van de Europoort. Lees verder

Steltlopers in de Klein Beijerenpolder

SNP Fietsvakanties Frankrijk

Oei, computerproblemen. Dat is slecht voor het hart. In elk geval mijn hart. Maar na veel gezucht (eufemisme) mijn computer weer aan de praat gekregen. Het slome ding loopt weer even snel als te voren. En nu dus snel een filmpje plaatsen. Van tureluurs en bonte strandlopers in de Klein Beijerenpolder op Schouwen-Duiveland. Een leuk natuurgebiedje om vogels te kijken. Helemaal tijdens hoog water, want dan lopen de steltlopers aan de binnenkant van de dijk. Zoals in dit filmpje. Ik hoop dat je het in al zijn eenvoud kunt waarderen, want de montage was een flinke bevalling dit keer. Vanwege die snertcomputer (eufemisme). Nu stop ik maar, want anders krijg jij het ook nog aan je hart…

Zwermpje spreeuwen in de Brabantse Biesbosch

Soms lukt het niet. Zelfs niet in de Biesbosch. Die ene grote zilverreiger vliegt meteen op. Waar vorig jaar een roodborsttapuit zat, zit hij nu niet. Het Gat van Lijnoorden is aan beide kanten helemaal dichtgegroeid met riet en andere waterplanten. Daar valt niet meer doorheen te filmen. En een ijsvogel komt aanvliegen en nog voordat ik mijn camera aan kan zetten flitst hij er weer vandoor. En dan is de tijd voorbij en moet ik naar huis. Dan neem ik genoegen met een zwermpje spreeuwen op de weg langs het Gat van Lijnoorden. Zo gewoon het is, zo leuk vind ik ze op de weg zitten. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. En daarmee eindig ik deze bijdrage.

Vogels filmen en fotograferen op het strand

Het strand. Geliefde locatie voor zwemmers, surfers, hondenbezitters en andere snuiters die graag de zeewind opsnuiven. Dus ook van vogelaars die ook nog iets anders willen: vogels filmen en fotograferen op het strand, gelegen in het natte of zand. Maar hoe film of fotografeer je nu vanuit een laag standpunt als je in stuifzand ligt? En voorkom je dat je camera in het zand komt te liggen?

Toen ik een paar weken geleden besloot om in mijn gewone kleren languit op het strand te gaan liggen om een goudplevier te filmen, was ik meteen verkocht: dit is voortaan de norm. Vanuit een heel laag standpunt de vogels filmen. En als jij fotografeert: dan fotograferen. Het perspectief is veel mooier. Want je ziet de vogel op zijn eigen natuurlijke hoogte. En die natuurlijke hoogte is vaak niet heel hoog boven het zand. Ik zag het al voor me: mijn camera binnen de kortste keren naar de knoppen door al die fijne zandkorrels vermengd met het zout uit de zee. Lees verder