De beste plekken om in Europa de trek van roofvogels te volgen

Het volgen van de trek van roofvogels spreekt veel vogelaars aan. Honderden rode wouwen, zwevend op de thermiek, te samen met wespendieven, zwarte wouw, dwergarend en natuurlijk andere soorten trekvogels als ooievaar en kraanvogel. Op sommige plekken drommen op bepaalde dagen in het najaar duizenden vogels samen. Ze persen zich als het ware door een bergpas of over een waterfront. Wil ook jij van dichtbij de trek van roofvogels meemaken, waar moet je dan zijn? In Europa heeft een aantal locaties grote faam gekregen onder vogelaars die de trek van roofvogels (en andere vogels) willen volgen. In dit artikel geef ik een overzicht van deze gebieden en licht ik ze kort toe. Helemaal onderaan noem ik ook een aantal gebieden in Nederland.

De beste plekken om in Europa de trek van roofvogels te volgen

#1. Falbestro, Zweden
In het zuidwesten van Zweden ligt het schiereiland Falbestro. Elk najaar wagen hier duizenden roofvogels de oversteek naar het vaste land. Het levert soms spectaculaire taferelen op. Wespendieven, rode wouwen, ruigpootbuizerden, visarenden en smellekens komen voorbij. In de regel ligt in de eerste en de tweede week van oktober de piek van de vogeltrek.

#2. Col d’Organbidexka, Frankrijk
In het zuiden van Frankrijk steken de roofvogels niet het water over, maar een gebergte: de Pyreneeën. De Col d’Organbidexka is een van de belangrijkste vliegroutes in deze regio. Ga je hier vogels kijken tijdens de najaarstrek, dan moet je wel beschikken over een sterke maag. Honderden, zo niet duizenden jagers belagen hier de tienduizenden houtduiven die ook voorbij trekken. Dat er meer dan regelmatig ook een roofvogel sneuvelt, zul je begrijpen. Bepaald ruraal gedrag laat zich helaas niet onderdrukken. Wespendief, zwarte wouw en rode wouw zijn de roofvogels die hier het meest voorbij komen. Augustus (voor de zwarte wouw en wespendief) en oktober voor de rode wouw zijn de beste maanden. Lees verder

Herken het vrouwtje van de grote saterzandoog

Had ik gisteren het mannetje van de grote saterzandoog in de uitzending, vandaag volgt het vrouwtje. Het vrouwtje filmde ik op de Mottarone, de berg tussen Ortameer en Lagio Maggiore. Ben je daar op vakantie, ga dan zeker even de berg op. Je hebt een schitterend uitzicht over de zeven meren die daar aan de voet van de berg liggen. En je hebt er Alpyland. Een alpencoaster, zeg maar een soort rodelbaan, maar dan op rails, van een goeie kilometer lang. Wees niet bang: remmen los en pas vaart minderen zodra je beneden bent. Zolang je gordel vast zit, kan er niets gebeuren. De maximale snelheid is 45 kilometer per uur. En vlinders dat er ziet!

Een grote donkere vlinder

Bij Cicogna in Nationaal Park Val Grande (bij het Lago Maggiore) had ik hem al in de smiezen. De grote donkere dagvlinder die maar niet wilde gaan zitten. Een eind verder, tussen de bergdorpen Forno en Campello Monti had ik meer geluk. Een grote saterzandoog, want dat bleek het te zijn, warmde zich op in de ochtendzon. Een mannetje. Het vrouwtje filmde ik een paar dagen later, op een heel andere berg. Noord-Italië is een topregio om vlinders te kijken! Lees er hier meer over.

Recensie: Landschapspijn, Jantien de Boer

Landschapspijn, wie lijdt er aan? Wie denkt nog met een weemoedig hart terug aan de tijden van weleer. Toen er in elk weiland nog grutto’s broedden. Toen de graslanden nog massaal in bloei stonden en er overal insecten en amfibieën leefden? Jantien de Boer ziet hoe de biodiversiteit op het platteland gierend hard achteruit is gegaan. Waar intensieve landbouw wordt geïntroduceerd, neemt de natuur de wijk. Landschapspijn houden sommige mensen er aan over. Sommigen, niet iedereen dus. Jantien de Boer schreef er een boek over met de heldere titel Landschapspijn. Vogelbescherming Nederland twitterde: ‘Verplicht leesvoer.’ Beter kan ik het niet schrijven.

 

 

 

 

Lees verder

Recensie: Dwalen in het Antropoceen, René ten Bos

Het antropoceen is een van de meest hippe onderwerpen in de filosofie. Het tijdperk waarin de mens een van de bepalende krachten is in de geologie, het klimaat en de oceanen. Het is een begrip dat bij de een een gevoel van onbehagen opwerkt, bij de ander de neiging in actie te komen, voor sommigen juist economische kansen oplevert en waar veel anderen helemaal aan voorbij leven. Denker des vaderlands René ten Bos verkent in zijn meeslepende boek Dwalen in het Antropoceen het begrip. En dan blijkt dat begripsvorming in dit geval behoorlijk lastig is, zo niet onmogelijk.

 

 

 

 

Lees verder

In Italië zie je de Italiaanse mus

Niets Italiaanser dan de Italiaanse mus, de cappuccino uitgezonderd. Terwijl de vrouwtjes zich in niets onderscheiden van de vrouwtjes van de huismus, zien de mannetjes er wel heel anders uit. Kijk maar eens naar de kop. Die van de Italiaanse mus is bruin, terwijl huismusmannetjes een zwarte pet hebben. Let ook op de fikse zwarte snavel van de mannetjes. Ik filmde deze Italiaanse mussen tijdens onze vakantie aan de oever van het Ortameer, in het middeleeuwse stadje Orta San Guilio.

Spiegeldikkopjes in Noord-Italië

Het spiegeldikkopje is wijdverbreid in Europa. Ook in Nederland komt hij voor. In de Groote Peel bijvoorbeeld. Ik zag mijn eerste spiegeldikkopjes in de bergen van Noord-Italië waar het ervan wemelde. Op de weelderige vlinderstruiken die overal groeien en op distels zochten ze naar nectar. En dat was de zoveelste dagvlinder die ik voor het eerst zag én filmde in Noord-Italië. Ik plaats hem snel in mijn overzicht van Europese dagvlinders.

Recensie: Roofvogels van Europa, Theodor Mebs en Daniel Schmidt

Het ene standaardwerk over Europese roofvogels is nog niet verschenen, of er verschijnt alweer een andere: Roofvogels van Europa van het duo Theodor Mebs en Daniel Schmidt. Dit standaardwerk verscheen jaren geleden al eens en nu is de heel geactualiseerde editie verschenen. Alle 39 soorten die in Europa leven worden erin beschreven. Ben je op zoek naar alle details over roofvogels, dan is dit boek denk ik een van de beste opties.

 

 

 

 

 

Lees verder

De violette vuurvlinder (Lycaena alciphron gordius)

Plots een vuurvlinder voor me, op een eiland van leverkruid. Maar ook op een steile helling en het koninginnenkruid is manshoog. Dat is lastig manoeuvreren en daar komt bij dat vlinders kunnen vliegen. In de warme zon zelfs heel goed! Nou ja, een paar exemplaren kunnen filmen, maar dan komt de volgende uitdaging: de juiste naam erbij bedenken. Daar heb je bij deze zeldzaamheden een wel heel goede veldgids nodig. Ik gebruik de gloednieuwe Dagvlinders. Veldgids voor Europa en Noordwest-Afrika. En wat blijkt? Een violette vuurvlinder, ondersoort. Lycaena alciphron gordius. En niet zo eens heel zeldzaam in de zuidelijke Alpen in Noord-Italië.

Herken de grote weerschijnvlinder

Eerder schreef ik al dat de moerasparelmoervlinder hoog op mijn verlanglijstje stond. Dat is sinds onze vakantie in de Morvan. Daar ontdekte ik een natuurgebied waar de moerasparelmoervlinder voorkomt. Alleen waren we daar eind april en wat het toen steenkoud. Niet best voor dagvlinders. Ik nam me voor een keer terug te keren voor de moerasparelmoervlinder, maar dat is na onze stop op de Gotthardpas niet meer nodig. Een vlinder die ook hoog op mijn verlanglijstje stond was de grote weerschijnvlinder. Af en toe las ik van waarnemingen in Nederland, maar nooit bij mij in de buurt. En nu streek zo’n enorme vlinder pardoes voor ons neer op een stapel puin tussen de bergdorpen Forno en Campello Monti in Noord-Italië. Dat wil zeggen: hij vloog op toen we met de auto naar het dal terug reden. Hij streek gelukkig weer snel neer. Zie de blauwe weerschijn op zijn vleugel. En probeer je voor te stellen dat hij ongeveer zo groot is als een hand. Nou ja, een gemiddelde hand. Ook weer niet de kolenschoppen van een mijnwerker. Ik zet hem met een vrolijk hart in mijn overzicht van Europese dagvlinders. Het overzicht groeit al aardig aan.