Een doodgewone zilvermeeuw in de Oude Veerhaven

Doodgewone vogels zijn het, meeuwen. Zo gewoon dat ik er nauwelijks een blik op sla. Zowat mijn hele leven aan de oevers van de Oosterschelde gewoond en nooit naar een meeuw gekeken! Tot mijn grote schade, moet ik toegeven. Ik lees dat de laatste weken opvallend veel kleine en grote burgemeesters aan de kust worden gezien. Ik lees van jonge geelpootmeeuwen in de Europoort. En van Pontische meeuwen in de Sophiapolder, niet ver bij mij vandaan. En ik weet nu al: zie ik een van deze bijzondere meeuwen, ik zal ze niet herkennen. Tijd dus voor een reset. Tijd om ook eens naar meeuwen te kijken. Te beginnen met deze doodgewone zilvermeeuw in de Oude Veerhaven op Sint-Philipsland. Een leuke locatie om vogels te kijken trouwens. Dodaars, middelste zaagbek, oeverpieper, rotgans en allerlei steltlopers zie je er. En je hebt er een schitterend uitzicht over de Oosterschelde. En als je trek hebt, kun je er nog eten ook.

Recensie: Het complete bijenboek, Fergus Chadwick

Soms knalt een boek er gewoonweg uit. Formaat, uitvoering en vormgeving passen perfect en geven het boek extra cachet. Toen ik de tafel met daarop Het complete bijenboek van Fergus Chadwick passeerde, werden mijn ogen als vanzelf naar het boek toe gezogen. Een fraai staaltje creativiteit met ook nog eens ontzettend veel informatie over bijen. Zo veel dat het predicaat ‘compleet’ beslist niet overdreven is.

 

 

 

Lees verder

Reeën kijken in de Brabantse Biesbosch

De winter is de beste periode om reeën te spotten. Ik kom ze nu haast in elke polder tegen. In groepjes trekken ze over de akkers en als je goed kijkt, zie je meestal een bokje met een gewei dat nog begroeid is. Sommigen denken dat er in Nederland inmiddels honderdduizend reetjes zijn. ‘En’, zo las ik, ‘een ontmoeting met een ree is voor veel mensen een hoogtepunt.’ Dat geldt ook voor mij. Hoe dichterbij hoe liever. In de Biesbosch maak je een behoorlijke kans op een ontmoeting. Tuur maar eens over de velden en de akkers.

Waterral foerageert in de rietkraag

Gisteren publiceerde ik de opname van een cetti’s zanger vanuit de vogelkijkhut op de Philipsdam. Vandaag komt daar de waterral bij. Die schuimde namelijk ook door het riet. Eerst hoorden we hem ver weg in het struweel. Maar plots zagen we hem uit de rietkraag te voorschijn komen. Dat moment kon ik in alle rust opnemen. Kijk maar eens:

Recensie: Handboek natuurfotografie op reis, Edwin Giesbers

Gisteren besprak ik het Handboek natuurfotografie van Bart Siebelink. In dit uitgebreide en gedetailleerde handboek leer je alle kneepjes van het vak. Het Handboek natuurfotografie op reis kun je meer beschouwen als een bijzondere reisgids. Professioneel fotograaf Edwin Giesbers neemt je mee op een fotografische reis langs hotspots over de hele wereld. Bij elke hotspot geeft hij aan waar je op moet letten bij je voorbereidingen, wat je mee moet/kunt nemen en hoe je ter plaatse aan het werk gaat.

 

 

 

Lees verder

Recensie: Handboek natuurfotografie, Bart Siebelink en Edo van Uchelen

Beginnende en ervaren natuurfotografen die hun kennis en kunde op een hoger niveau willen brengen, kunnen zich laven aan het Handboek natuurfotografie van Bart Siebelink en Edo van Uchelen. Dit is het bestverkochte standaardwerk over natuurfotografie in Nederland en niet voor niets: de informatie is veelzijdig en de praktijkvoorbeelden zijn uit het leven van elke natuurfotograaf gegrepen. Je zult er vast veel van herkennen.

 

 

 

Lees verder

Een cetti’s zanger kruipt door het riet

‘Een heggenmus,’ speculeerde ik zonder verrekijker. ‘Of een winterkoninkje’. ‘Nee’, hield vriend Sjaak vol, ‘hij heeft geen strepen.’ Pas na een poosje viel het kwartje: een cetti’s zanger. We hadden nog niet veel bijzonders gezien vanmiddag (behalve dan de grote gele kwikstaart in een sloot bij Oude-Tonge) en besloten de dag af te sluiten in de vogelkijkhut op de Philipsdam. In de hoop een waterral of zelfs roerdomp over het ijs te zien schuifelen. De roerdomp werd het niet. Waterral wel en als kers op de slagroom deze cetti’s zanger. Ik geef toe dat de beelden niet je van het zijn, maar de nakende schemering is toch een goed excuus?




Echt judasoor in de Biesbosch

Nu eens een heel statische opname: echt judasoor op een bemost vlierenstammetje. Slechts hier en daar een twinkelend lichtje. Meer beweging valt er niet te bespeuren. Ik geef toe, ik had ook een foto kunnen maken. Maar ik ben nu eenmaal geen fotograaf en weet niet eens hoe ik mijn camera moet instellen om foto’s te maken. Of ik hem optimaal weet in te stellen om te filmen is trouwens ook maar de vraag. Ik lees juist in het Handboek natuurfotografie dat je vier typen natuurfotografen hebt: de technicus (ben ik niet), de kunstenaar (ben ik ook niet), de filosoof (ben ik ook al niet) en de verzamelaar (dan blijft deze dus over). Ik kan me er eerlijk gezegd wel in vinden. En nu de tips van de auteurs aan verzamelaars als ik: ‘Richt je op kwaliteit in plaats van alleen kwantiteit. Doe meer aan voorbereiding en verdiep je in de soorten die je wilt fotograferen. Let (meer) op compositie en achtergrond.’ Ik vrees dat dit een schot in de roos is.