Maandelijks archief: juli 2016

Witbonte parelmoervlinder bij Café 3.440

Terug van vakantie in het Pitztal in Oostenrijk, een vlindergebied van de eerste orde. Zoveel dagvlinders heb ik niet eerder gefilmd en nog eens bijzondere soorten ook. Wat te denken van zilveren maan en zilvervlek op zo ongeveer dezelfde locatie? Ik begin echter met een van mijn hoogste waarnemingen: die van een witbonte parelmoervlinder (Eupydryas cynthia). Vlak onder de Wildspitzbahn die je naar Café 3.440 brengt, het hoogstgelegen café van Oostenrijk, zag ik in de luwte op een rotspuist die aan de ene kant bedekt was met sneeuw opeens een donkere vlinder. Hij zat op de enige gele bloemen op de hele rots, vlak onder de top. Elke vlinder die over de bergkam scheerde dook achter deze top omlaag, de zon in en de kille wind uit. De meeste vlinders scheerden dan overigens vervolgens met een rotgang verder. Zo niet deze bijzonder fraaie witbonte parelmoervlinder die snel wat wilde bijtanken. Volgens mijn vlindergids vliegt hij tot 3.100 meter hoogte, ‘op graslanden’. Die graslanden lagen weliswaar zeshonderd meter lager, maar dat weerhield hem er niet van het hogerop te zoeken. En zich door mij te laten filmen, ik die op de rots stond te wankelen als een dronken berggeit. Het was overigens niet mijn hoogste vlinderwaarneming. Dat was echt op de top, naast Café 3.440. Daar streek vlak onder het platform een bergresedawitje neer op een zonovergoten rotsblok.

de beste vlindergidsen van dit moment

Recensie: De vlamberken, Lars Mytting

De Noorse schrijver Lars Mytting heeft verstand van hout. Dat weten we door zijn bestseller De man en zijn hout dat ik eerder recenseerde. Wie behept is met een voorliefde voor hout stoken moet dit boek beslist eens lezen. In zijn grootse roman De vlamberken speelt hout ook een prominente rol. Mytting slaagt erin om de persoonlijke zoektocht van de jonge Noorse boer Edvard Hirifjell, de catastrofale gebeurtenissen in de twintigste eeuw en het aristocratische leven van een zekere Gwen Winterfinch samen te ballen tot een avontuurlijke roman van de eerste orde. Het is niet voor niets dat Lars Mytting met De vlamberken een belangrijke boekenprijs won.

Lees verder Recensie: De vlamberken, Lars Mytting

Recensie: Tuindieren verrassend vlakbij, Tialda Hoogeveen

tuindieren hoogeveenIemand reageert op internet: na het lezen van het boek Tuindieren kijk je heel anders naar de dieren in je tuin. Dit is het derde deel in de nieuwe reeks natuurgidsen van KNNV Uitgeverij. Eerder besprak ik al de delen Vogels en Vlinders & libellen. Ik ben heel enthousiast over deze serie. Het zijn vrolijke natuurboeken voor de ‘gewone’ natuurliefhebber. Ook dit deel over tuindieren mag er zijn. Lees hier waarom.

Koop dit boek

 

 

Lees verder Recensie: Tuindieren verrassend vlakbij, Tialda Hoogeveen

Jong waterhoentje in de Efteling

Over deformatie gesproken: ben je een dagje uit in de Efteling voor de Python, De Vliegende Hollander, Vogel Rok en Baron 1898 (jawel, ik heb me op rij 1 naar beneden laten storten) en kun je het toch niet laten vogels te filmen. In dit geval filmt dochterlief een jong waterhoentje, maar je snapt wel dat ik haar het filmen op dat moment bepaald niet ontmoedigde. De mensen om ons heen, waaronder broer en schoonzus, zijn ook enthousiast alsof het waterhoentje een van de attracties is. Nu ja, conclusie: vogels kijken kan overal, zelfs in de Efteling.

de beste vogelgidsen voor kinderen

 

Recensie: Handboek moestuin, Bram Wolthoorn en Maarten van Hassel




handboek moestuinWie zelf zijn groente en fruit wil kweken, moet beslist het Handboek moestuin van Bram Wolthoorn en Maarten van Hassel eens lezen. Het is een smaakvol handboek waarin je haast alles leest wat met moestuinieren te maken heeft. Het is praktisch, helder geschreven en bovendien fraai opgemaakt. ‘Dit handboek helpt de moestuinier met kennis van het weer, de grond en de gewassen.’ Voeg daarbij het gezonde verstand en logisch nadenken en de droom van een moestuin komt uit.

Koop dit boek

Waarom zou je zelf je groenten verbouwen en je fruit kweken? Waarom al die moeite met hak, spa en andere tuingereedschappen? De auteurs wijden er een heel hoofdstuk aan. Voor mij is de essentie de zin waarmee ze een van de alinea’s beginnen: ‘Je eigen groente telen, lekker buiten zijn en precies weten wat je eet.’ Dus niet om kosten te besparen, want schrijft het duo terecht: ‘Met een beetje mazzel speel je met je moestuin quitte.’ En dan krijg je toch een waslijst met kosten die je maakt met een eigen moestuin! Van de kosten van de grond, tot de kosten voor een zak kalk, voor stalmest, voor het zaad en niet te vergeten: het gereedschap. Nee, om er financieel beter van te worden, moet je beslist niet gaan moestuinieren. Ga dus terug naar de essentie: buiten zijn en precies weten wat je eet.

Je kunt geen onderwerp bedenken dat met moestuinieren te maken heeft, of je vindt het wel in het praktische Handboek moestuin. Of het nu gaat om stromingen in moestuinland (van biologisch, ecologisch tot de klassieke landbouw (waarbij het gebruik van gif niet wordt gemeden). Het Handboek moestuin gaat uit van wat goed werkt in de moestuin, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met het milieu en het landschap. Tot de uitgangspunten hoort voor de auteurs dat insecticiden en herbiciden (gif dus) niet wordt gebruikt. Je kunt dit uitgangspunt met de kennis die we anno 2016 hebben over de werking van gif alleen maar onderschrijven nietwaar? Ook streven de auteurs zo veel mogelijk naar een ecologisch evenwicht in de moestuin, hoewel ze zich realiseren dat zo’n evenwicht door de eenzijdige beplanting nauwelijks haalbaar is.  Maar dit betekent wel dat de auteurs accepteren dat er soms sprake is van een mindere oogst omdat er bijvoorbeeld niet tegen rupsen wordt gespoten. Dan maar een kool minder. Ik onderschrijf deze manier van moestuinieren met een dikke streep.

Een mooi hoofdstuk vind ik het hoofdstuk over water. Dat er zo veel te schrijven valt over het gebruik van water in de moestuin! De auteurs geven je formules om te berekenen hoeveel water je moet gebruiken, geven aan wanneer je water moet geven en hoe je uitdrogen van je moestuin voorkomt (ook waarom je een te veel aan water moet voorkomen trouwens). Van het slaan van een eigen bron tot het ijzergehalte van grondwater in Nederland en België, het wordt allemaal beschreven. En nog veel meer natuurlijk.

Ik pik hier en daar nog wat op uit het omvangrijke Handboek moestuin. Alles bespreken is onmogelijk, het aantal aspecten dat wordt beschreven is haast eindeloos. Of je nu een beginnende of een gevorderde moestuinierder bent, je zult ongetwijfeld nog veel leren van dit handboek. Maar goed, ik pik dus nog wat op: Moet je eigenlijk wel spitten, is een van de vragen? Ik heb zelf ooit een moestuin gehad, en spitten (of ploegen) was toch wel een dringend gewenst gebruik op het moestuincomplex. Elk voorjaar lagen alle moestuintjes er keurig omgekeerd bij. Een mooi gezicht en o wat een heerlijke gedachte: het onkruid werd onder gewerkt en stierf af. Mis, zeggen de auteur in het Handboek moestuin. ‘Helaas werden door het spitten de wortels van beruchte onkruiden als zevenblad in talloze stukjes gehakt, waardoor ze als evenzovele plantjes in de loop van het voorjaar vrolijk de kop opstaken. Zo zijn er meer redenen om vooral niet te spitten.’ Als ik dat had geweten, had ik mijn rug een beetje gespaard.

Wat ook een belangrijk ding is om als moestuinierder te beseffen is dat groenten en vruchten van een familie meestal dezelfde voorkeuren voor grondsoort, bemesting en standplaats delen. Ook de gevoeligheid voor ziekten en schimmels komen overeen. Wisselteelt is dan van groot belang om uitputting van de grond te voorkomen. Je moet echter ook rekenen met combinatieteelt, wat inhoudt dat je planten kweekt die elkaar versterken. Ze houden bijvoorbeeld elkaars vijanden weg. Vraat wordt voorkomen, gewassen blijven gezond en je hebt een ruime oogst. Hoe je dit allemaal aanpakt, dat lees je natuurlijk in de uitgebreide hoofdstukken.

Als laatste noem ik de uitgebreide aandacht voor ziekten en plagen. Of het nu gaat om appelschurft of de zwarte-plekkenziekte, duidelijke foto’s geven aan hoe je de ziekte of schimmel kunt herkennen en in de zeer uitgebreide tabellen wordt je precies uitgelegd hoe je de ziekte of plaag op een natuurlijke wijze bestrijdt. Zo is insectengaas een simpele remedie tegen de beruchte wortelvlieg en kun je het stengelaaltje, veroorzaker van kroefziekte in uien, zelfs niet bestrijden. Het enige wat je tegen de veroorzaker van kroefziekte kunt doen is het consequent toepassen van wisselteelt. Plant op dezelfde grond geen uien achter elkaar. En ruim het uienafval op! Zet alles in op voorkomen.

Leuk is ook dat de auteurs ook aandacht schenken aan het fenomeen wildplukken. Deze populaire bezigheid heeft raakvlakken met moestuinieren. Ook wildplukkers oogsten immers zelf! Ben je een beginnende wildplukker lees dan de aanwijzingen op pagina 131. Zie vossenlintworm te voorkomen en hou rekening met je verteringskanaal dat lang niet alles wat in het wild groeit verdraagt.

Je mag de maker van Handboek moestuin gerust een groot compliment geven. De auteurs voor de uitgebreide, praktische en gedegen informatie. De vormgever voor de fraaie vormgeving (wat een prachtige foto’s zijn erin opgenomen) en de uitgever voor het publiceren van dit omvangrijke boek. Wat ik al zei: elke beginnende en gevorderde moestuinierder zal veel opsteken in dit boek. Het boek leest makkelijk en dat is ook van groot belang. De meeste moestuinierders zullen immers liever in de tuin bezig zijn dan met een boek op de bank zitten. Niettemin: geef je kwaliteiten als moestuinierder een boost en lees het Handboek moestuin.

Handboek moestuin / Bram Wolthoorn en Maarten van Hassel / Forte Groen / hardcover

Koop dit boek

 

Boeken over wildplukken en tuinieren

Tips van visdief

het verborgen leven van bomen

de man en het hout

onkruiden herkennen henk glas