Paardenbijter in het Stinkgat

Een tijdje terug bezocht ik natuurgebied het Stinkgat op Tholen. Enorm veel kemphanen, grote groepen kieviten, wat kneutjes en een familie roodborsttapuiten verbleef er. Langs het paadje naar het vogelkijkscherm vloog ook een groep libellen op. Een groot exemplaar wist ik met mijn Sony Cybershot te filmen. Meestal mislukt dat grandioos, omdat scherp stellen nogal nauw let. Ik gebruik liever mijn andere camera voor dit verfijnde werk, maar die lag thuis. Bij thuiskomst bleek de opname aardig gelukt. Maar toen rees de vraag welke soort het is. Van libellen heb ik heel weinig verstand, dus mijn Veldgids Libellen er maar eens bijgenomen. Het leek op een paardenbijter, maar mijn ogen werden een beetje tureluurs van de details waar je op moet letten. Toen maar naar Nature Today waar ik eerder deze week gelezen had dat het de tijd van de glazenmakers is. En zowaar, in het artikel van Kars Veling van de Vlinderstichting, kun je een gratis herkenningskaart downloaden. Dat gedaan hebbende, werd ik gewezen op het opvallend geel spijkervlekje. En ja, die prijkt ook op ‘mijn’ libelle. Typisch kenmerk van de paardenbijter.

Een vogeltocht over Schouwen-Duiveland

Schouwen-Duiveland, een van de grotere eilanden in de Zeeuwse delta, mag je gerust beschouwen als een van de belangrijkste vogeleilanden in ons land. Op Texel en een paar andere waddeneilanden na misschien. Het eiland grenst aan de zuidkant aan de Oosterschelde. Op veel plekken zijn in de loop van de geschiedenis aan de binnenzijde van de zeedijk stukken natuurgebied ontstaan. Vaak was een overstroming de trieste oorzaak. Met de najaarstrek voor de boeg, kan ik een bezoek aan Schouwen-Duiveland de komende weken en maanden ten zeerste aanraden. Talloze watervogels trekken door of komen overwinteren. En een van de hoogtepunten is natuurlijk de vogeltrek die je in Westerschouwen wel van heel dichtbij kunt meemaken. Vandaar vandaag een kant-en-klaar vogeltochtje over het mooie Schouwen-Duiveland.

Halte 1: de Grevelingendam
Komende vanuit de richting Rotterdam is de Grevelingendam de eerste halte waar je zeker even moet stoppen. Liefst kies je een moment rond hoog water. Eén tot twee uur voor hoog water of één tot twee uur na hoog water. Dan worden steltlopers en eenden naar de dam gedreven. En op de steenbult vlak achter het Grevelingenrestaurant wachten soms honderden scholeksters, wulpen, tureluurs en andere steltlopers op laag water. Vanaf oktober kun je hier ook behoorlijke groepen rotganzen zien.

Halte 2: de Klein Beijerenpolder
We volgen op deze tocht de zuidkust van het eiland. In de Klein Beijerenpolder maak je kans op steltlopers als zwarte ruiter, groenpootruiter, bonte strandloper, kleine strandloper, bontbekplevier en kleine plevier.  Lees verder

Kleine plevier in afwijkend kleed

Soms kom je iets bijzonders tegen. Een veel te witte kleine plevier bijvoorbeeld. Deze filmde ik in de Klein Beijerenpolder op Schouwen-Duiveland. Eerst dacht ik nog even aan een bontbekplevier, maar toen zag ik op waarneming.nl dat hij al door ervaren vogelaars als een kleine plevier was gemeld. Wie ben ik om hun oordeel tegen te spreken? Nu ik heb ingezoomd op mijn filmpje zie ik inderdaad vaag de gele ring om zijn oog. Die valt geheel weg tegen die lichte kop. Een albino is het niet, want hij heeft geen rood oog. Maar een veel te licht kleed voor een kleine plevier is het wel. Het deert hem verder niet, heb ik de indruk. Ergens rond 1.13 minuut zich je trouwens ook nog de kleine strandloper die ook rond scharrelde in de Klein Beijerenpolder.

Kleine strandloper in de Klein Beijerenpolder

De Klein Beijerenpolder is een paar hectare nieuwe natuur op Schouwen-Duiveland. Tegen de zeedijk aan, bij het dorp Ouwerkerk, is een schelpeiland aangelegd voor grondbroeders als bontbekplevier, kleine plevier, visdief en dwergstern. Ik was er onlangs en toen zag ik zowaar een kleine strandloper. Die kreeg ik niet eerder voor de lens! Het aardige van de Klein Beijerenpolder is dat je vanaf de weg goed overzicht hebt over het natuurgebied. Neem een telescoop mee en je bent helemaal de koning. Toen ik er was had ik mijn telescoop net niet bij, maar een tweetal vogelaars was zo vriendelijk mij door hun Swarovski te laten kijken. Opnieuw was ik onder de indruk van het fantastische beeld.

Geraniumblauwtje in Orta San Guilio

Het geraniumblauwtje hoort niet Europa thuis. Dat ontdekte ik toen ik meer ging lezen over dit blauwtje. Het komt van oorsprong in Zuid-Afrika voor en kwam met geraniums mee over naar Europa. Waar het in het zuiden een plaag zou vormen. Daar filmde ik er een paar, rond het Ortameer. Vorige week las ik dat er voor het eerst in Groningen een geraniumblauwtje is gezien. Noordelijker werd hij niet eerder gezien. Duidelijk een vlinder in opmars, een lange mars naar het noorden. Maar daarvoor moet het wel warm weer zijn. Het is immers een tropisch beestje. Gezien de opwarming van het klimaat zou de toekomst wel eens aan het geraniumblauwtje kunnen zijn, dus neem hem goed in je op:

Recensie: Eieren en hun vogels, Johan Haringsma

Tot de jaren zestig was eieren rapen in heel Nederland een veel beoefende bezigheid. Jonge mensen trokken de natuur in, bespiedden broedende vogels en probeerden de zeldzaamste eieren te verzamelen. Voor Johan Haringsma was het ei uit een reigernest zo’n dierbaar kleinood. Zijn eierverzameling groeide uit tot ongeveer 180 eieren. En nu ligt er een fraai boekje voor me over eieren van de meest voorkomende vogelsoorten in Nederland: Eieren en hun vogels. Wie geïntrigeerd is door eieren van vogels, die zal er ongetwijfeld van genieten.

 

 

 

Lees verder

De Spaanse vlag

De Spaanse vlag in het filmpje hieronder filmde ik in Noord-Italië. In Nationaal Park Val Grande om precies te zijn. Nee, het is geen vlag aan een mast, het is een nachtvlinder die ik overdag zag vliegen. Eerst in een soort van tunnel, maar hij schrok van me en vluchtte toen omhoog om op een uitstekende rots te blijven zitten. Ik moest halsbrekende toeren uithalen om hem te filmen en dan is de voldoening des te groter dat het lukt. Halverwege mijn acrobatiek stak een stel wandelaars hun koppen over de reling. Wat ik aan het doen was? Ik antwoordde in mijn beste Engels: ‘I observe a buttterfly, in Dutch called the Spanish flag.’ Wat dit nu weer voor steenkolen-engels was weet ik niet, noodzakelijk was allerminst. De koppen gingen weer terug en terwijl het stel verder liep legde de vader in sappig Vlaams aan zijn zoon uit dat er een vlinder zat. Ik verzeker je dat de Spaanse vlag niet zomaar een vlindertje is. Dit is een imposant grote vlinder met een schitterend lijnenspel op zijn vleugels. Een collega fotografeerde er ooit een in het Limburgse land en ik nam me voor deze vlinder ook te gaan zoeken. Wat in Italië wonderwel lukte. Toen ik een paar uur later de rots weer passeerde, zat hij er nog. Wachtend op de schemering, denk ik.

De beste verrekijkers in de prijsklasse € 1.000 tot € 2.000

De vermaarde National Audubon Society in de Verenigde Staten, laat regelmatig verrekijkers testen. Het leuke is dat ze verschillende prijsklassen onderscheiden. Zo kun je precies nagaan welke verrekijker bij jouw budget past. Waarbij ik je wel adviseer om net als bij het kopen van een huis altijd ook de categorie boven die van jou te raadplegen. Wellicht kom je tot de conclusie door te sparen voor een iets duurder model. In dit artikel bekijken we de beste verrekijkers in de prijsklasse € 1.000 tot € 2.000. Verrekijkers met zo’n prijskaartje, daar mag je iets van verwachten. Gek genoeg geven de testers aan dat een aantal modellen in de prijsklasse tot € 1.000 beter presteren dan in de duurdere klasse. Daarbij ging het overigens niet zozeer om de helderheid van het beeld, maar meer om de ligging in de hand, het gebruikscomfort dus. Reden genoeg om je goed te oriënteren. De Society had een top drie samengesteld, maar een van de modellen blijkt niet of nauwelijks in Nederland verkrijgbaar. Het is de Kowa Genesis 8.5×44. Die zie je dus niet terug in onderstaand overzicht, dat daarom uit drie modellen bestaat.

De beste verrekijkers in de prijsklasse € 1.000 tot € 2.000: Lees verder

Een grote groep lepelaars in het vernieuwde Rammegors

Nu het getij is hersteld in het Rammegors ontwikkeld dit natuurgebied zich tot een fraai stukje kwelder. Eb en vloed hebben weer vat op dit stukje Zeeland. Op een eeuwenoude Tirion-kaart (18e eeuw) staat het Rammegors al afgebeeld. Reken maar dat toen de getijdenstromen er ook doorheen gierden. Nu dus weer en dat is te zien. Het lijkt wel een snel stromende rivier, daar vlak voor de inlaat. Het is eb en het water stroomt het gebied uit. Een grote groep lepelaars waadt door het de ondiepe kreek en vist er regelmatig een hapje uit. Een garnaal, grondel en op het laatst zelfs iets dat lijkt op een krab. Een teken dat ook het onderwaterleven zich flink aan het ontwikkelen is, en dat is een goed teken. Zelf stond ik eerst in dubio of het wel zo’n goed besluit was. Dat fraaie oude Rammegors met zijn baardmannetjes, roerdompen en slaapplaats voor de blauwe kiekendief. Dat alles ging verloren. Maar wat terug keert is niet minder indrukwekkend: authentieke Zeeuwse natuur. Dat smaakt wat mij betreft naar meer. Valt er ergens anders in de provincie nog iets te ontpolderen?